De aftrekposten die ondernemers het vaakst laten liggen

Een aftrekpost mis je zelden door een fout, meestal door een voorwaarde die je vooraf moest kennen. Hieronder staan de elf posten waar dat in de praktijk het meest gebeurt, elk in een regel die je openklikt: wat het is, wanneer het speelt en waar het misgaat.

Hieronder staan de posten waar in de praktijk het meeste blijft liggen. Per post leggen we uit wat het is, wanneer het speelt en waar het misgaat. Niet omdat je het zelf moet gaan doen, maar omdat je met die kennis betere vragen stelt en eerder aan de bel trekt. Dat is precies waar wij het verschil proberen te maken: de boekhouding is het middel, de uitleg is wat je eraan overhoudt.

Lees dit eerst, cijfers 2026

Deze pagina is geschreven voor de ondernemer die aangifte inkomstenbelasting doet: eenmanszaak, VOF, maatschap of CV. Heb je een BV, dan werkt een deel hiervan anders; kijk dan bij BV en DGA. Dit is algemene uitleg, geen advies over jouw situatie. Wat er in een concreet geval geldt hangt af van je rechtsvorm, je uren, je inkomen en de afspraken die je hebt gemaakt. Alle bedragen op deze pagina gelden voor 2026 en komen van belastingdienst.nl, gelezen op 12 augustus 2026 en opnieuw nagelopen op 25 augustus 2026. Fiscale bedragen en percentages veranderen per jaar, dus reken nooit met een cijfer zonder het jaartal erbij.

1. Het urencriterium, de sleutel onder de rest

Het urencriterium is geen aftrekpost, maar er hangt wel een flink deel van de ondernemersaftrek aan vast. Je voldoet eraan als je in het kalenderjaar minimaal 1.225 uur aan je onderneming besteedt en je meer tijd aan je onderneming besteedt dan aan ander werk, bijvoorbeeld een dienstverband. Die tweede voorwaarde geldt niet als je in een of meer van de vijf voorafgaande jaren geen ondernemer was.

Die 1.225 uur is niet alleen declarabele tijd. Je administratie bijhouden telt mee, offertes maken telt mee, je website bouwen telt mee. Wat niet meetelt is beschikbaar zijn zonder dat je werkt. Ook belangrijk: als je halverwege het jaar bent gestart, wordt de eis niet naar rato verlaagd. Je hebt dan dezelfde 1.225 uur nodig in minder maanden.

Waar het misgaat

De uren worden niet bijgehouden. Bij een vraag van de Belastingdienst moet je ze aannemelijk maken met bijvoorbeeld een agenda, facturen, urenstaten of offertes. Wie pas in maart bedenkt dat hij het vorige jaar moet onderbouwen, heeft daar veel meer werk aan en heeft minder om op terug te vallen. Een agenda waarin je ook je niet-declarabele werk zet, kost twee minuten per dag en levert je wel iets op om mee te onderbouwen.

2. De zelfstandigenaftrek, kleiner dan je gewend was

Voldoe je aan het urencriterium en heb je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd nog niet bereikt, dan is de zelfstandigenaftrek in 2026 een bedrag van 1.200 euro. Had je die leeftijd wel al bereikt, dan is het de helft, dus 600 euro. Dat bedrag is de afgelopen jaren stap voor stap verlaagd, en dat merken ondernemers die uit gewoonte nog met een oud getal rekenen.

Twee dingen zitten eraan vast. De zelfstandigenaftrek kan niet hoger zijn dan je winst voor de andere ondernemersaftrekken, tenzij je ook recht hebt op de startersaftrek. Blijft er een deel over dat je niet kwijt kunt, dan is dat niet verloren: die niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek mag je in de negen volgende jaren verrekenen. En het voordeel van de aftrek wordt in 2026 berekend tegen een tarief van 37,56 procent, ook als je inkomen in de hoogste schijf valt.

Waar het misgaat

De niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek uit een mager jaar wordt vergeten zodra het weer beter gaat. Dat is een post die je alleen terugvindt als iemand hem heeft bijgehouden. Bij een overstap van de ene boekhouder naar de andere kan hij makkelijk zoekraken.

3. De startersaftrek, drie keer in vijf jaar

Boven op de zelfstandigenaftrek komt in 2026 een startersaftrek van 2.123 euro, of 1.062 euro als je aan het begin van het jaar de AOW-leeftijd al had bereikt. Je mag hem maximaal drie keer gebruiken in je eerste vijf jaar als ondernemer. De voorwaarde is dat je in een of meer van de vijf voorgaande jaren geen ondernemer was en dat je in die periode niet vaker dan twee keer de zelfstandigenaftrek hebt gehad.

Het interessante zit in de combinatie. Heb je recht op de startersaftrek, dan mogen de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek samen hoger zijn dan je winst. Je hebt dan een verlies, en dat verlies kun je verrekenen met ander inkomen of met andere jaren. Voor iemand die naast zijn onderneming nog loon uit dienstbetrekking heeft, kan dat in het eerste jaar veel schelen.

Waar het misgaat

De startersaftrek wordt geclaimd in een jaar waarin hij weinig oplevert, terwijl je hem maar drie keer hebt. Wie in jaar een nauwelijks omzet had en in jaar twee en drie flink doorgroeit, kan er verstandiger aan doen de volgorde te bekijken voordat de aangifte de deur uit gaat. Dat is een rekensom, geen gevoelskwestie, en die maken wij liever vooraf dan achteraf.

4. De mkb-winstvrijstelling, de post die vanzelf gaat

De mkb-winstvrijstelling is in 2026 12,7 procent van je winst, nadat je die eerst hebt verminderd met de ondernemersaftrek. Je hoeft er niets voor aan te vragen en het urencriterium geldt er niet voor. Het voordeel wordt, net als bij de zelfstandigenaftrek, berekend tegen een tarief van 37,56 procent.

Waar hij opvalt, is bij verlies. De vrijstelling werkt twee kanten op: bij een verlies verlaagt zij ook het bedrag dat je kunt verrekenen. Dat is geen fout in de aangifte, maar het verklaart wel waarom een verlies van duizend euro geen duizend euro aan verrekening oplevert.

5. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, optellen loont

Investeer je in een jaar in bedrijfsmiddelen, dan kun je naast de gewone afschrijving een extra aftrek krijgen: de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, kortweg KIA. In 2026 moet je daarvoor in totaal tussen 2.901 en 398.236 euro investeren. Bedrijfsmiddelen met een aanschafprijs van minder dan 450 euro tellen niet mee.

Investering in 2026KIA
Niet meer dan 2.900 euroGeen aftrek
2.901 tot en met 71.683 euro28 procent van het investeringsbedrag
71.684 tot en met 132.746 euro20.072 euro
132.747 tot en met 398.236 euro20.072 euro, verminderd met 7,56 procent van het deel boven 132.746 euro
Meer dan 398.236 euroGeen aftrek

Het woordje dat de meeste ondernemers over het hoofd zien is totaal. Je telt alle investeringen van het jaar bij elkaar op. Een laptop van 1.400 euro haalt de drempel niet, maar diezelfde laptop plus een bureau, een telefoon en gereedschap kan er samen wel overheen komen.

Waar het misgaat

Twee jaren op rij net onder de drempel blijven. Wie in november twijfelt over een aanschaf en in januari over een tweede, kan in beide jaren onder de drempel uitkomen en in geen van beide jaren aftrek krijgen. Loop je investeringen daarom een keer per jaar in het najaar door, zodat de keuze om iets te vervroegen of uit te stellen bewust is en niet toevallig.

6. Willekeurige afschrijving voor starters, zelf het jaar kiezen

Dit is de minst bekende post op deze lijst en soms de nuttigste. Ben je startende ondernemer met een eenmanszaak, maatschap, vof of commanditaire vennootschap en voldoe je aan de voorwaarden voor de startersaftrek, dan mag je zelf bepalen hoe en wanneer je afschrijft op bedrijfsmiddelen uit je startfase. Je bent dan niet gebonden aan het vaste ritme.

De grenzen: het gaat om bedrijfsmiddelen die je hebt aangeschaft in de jaren waarin je startersaftrek kon krijgen of in het jaar daarvoor, alleen om bedrijfsmiddelen die ook voor de investeringsaftrek in aanmerking komen, en het bedrag per kalenderjaar is gebonden aan hetzelfde maximum als de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Bij willekeurig afschrijven geldt daarnaast dit. Neem je het bedrijfsmiddel direct na de investering in gebruik, dan mag je meteen beginnen met afschrijven. Neem je het nog niet in gebruik, dan is de afschrijving maximaal het bedrag dat je in het investeringsjaar hebt betaald. Er gelden onder meer nog nadere voorwaarden voor bedrijfsmiddelen die je binnen een aantal jaren verhuurt.

Waar dat voor dient: je afschrijving landen in het jaar waarin je winst het hoogst is. In een startfase verschilt de winst per jaar vaak sterk, en dan kan de vrijheid om te kiezen flink schelen.

7. De meewerkaftrek, of gewoon een vergoeding

Werkt je fiscale partner mee in de onderneming zonder dat daar een vergoeding tegenover staat, of met een vergoeding van minder dan 5.000 euro, dan kun je de meewerkaftrek krijgen. Voorwaarden zijn onder meer dat je zelf aan het urencriterium voldoet en dat je partner 525 uur of meer in je onderneming werkt. De aftrek is een percentage van de winst en loopt op met het aantal uren.

Uren van je partner in 2026Meewerkaftrek
Minder dan 525 uurGeen aftrek
525 tot 875 uur1,25 procent van de winst
875 tot 1.225 uur2 procent van de winst
1.225 tot 1.750 uur3 procent van de winst
1.750 uur of meer4 procent van de winst

Er is een tweede route. Betaal je je partner een vergoeding van 5.000 euro of meer, dan is dat bedrag aftrekbaar van je winst, en dan geeft je partner het op in de eigen aangifte. Welke route gunstiger uitpakt hangt af van de winst, de uren en het inkomen van je partner. Dat is een rekensom die je een keer maakt en daarna een paar jaar meegaat.

Waar het misgaat

Een partner die de administratie doet, de telefoon aanneemt en de planning maakt, en van wie niemand de uren bijhoudt omdat het nu eenmaal thuis gebeurt. Ook hier geldt: zonder vastlegging is de aftrek lastig te onderbouwen. En een vergoeding die net onder de 5.000 euro blijft, is voor jou niet aftrekbaar terwijl je partner hem wel ontvangt. Dat is doorgaans de ongunstigste plek om te zitten.

8. Kosten met een gemengd karakter

Sommige zakelijke kosten hebben ook een privékant, en die zijn daarom beperkt aftrekbaar. Het gaat om voeding, drank en genotsmiddelen, om representatie zoals recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak, en om congressen, seminars, symposia, excursies en studiereizen.

Je hebt twee mogelijkheden. Je trekt deze kosten af voor zover ze boven de drempel van 5.700 euro uitkomen, of je kiest er bij de aangifte voor om 80 procent van het totaal af te trekken zonder die drempel. Voor de reis- en verblijfkosten bij congressen en dergelijke geldt daarnaast een maximum van 1.500 euro, tenzij het voor je werk noodzakelijk was om erbij te zijn.

Waar het misgaat

Veel zzp’ers halen die 5.700 euro niet, en boeken hun lunches daarom maar helemaal niet in. Dat is precies verkeerd om: met de 80-procentkeuze is 80 procent van diezelfde kosten wel aftrekbaar. Voorwaarde is dan wel dat de bonnen erin zitten. Wat niet geboekt is, valt bij die keuze buiten de boot. Zie ook hoe je bonnen aanlevert.

9. De werkruimte thuis, meestal niet en soms wel

Hier moeten we eerlijk zijn: de kosten van een werkruimte in je eigen woning zijn in de meeste gevallen niet aftrekbaar. Er zijn uitzonderingen, en die zijn streng.

Eerst het zelfstandigheidscriterium. De ruimte moet duidelijk te onderscheiden zijn van de rest van de woning: denk aan een eigen ingang of opgang, eigen sanitair, en de vraag of je hem aan een derde zou kunnen verhuren. Een bureau in de woonkamer valt af, en een logeerkamer die je als kantoor hebt ingericht ook.

Dan het inkomenscriterium, en dat kent twee varianten. Heb je nergens anders een werkruimte, dan moet je minimaal 30 procent van het totaal van je winst uit onderneming, belastbaar loon en resultaat uit overig werk in die ruimte verdienen, en minimaal 70 procent van dat totaal in of vanuit die ruimte. Heb je wel ergens anders een werkruimte, dan moet je minimaal 70 procent in die werkruimte thuis verdienen.

Waar het misgaat

Een deel van de huur of de hypotheekrente wordt naar rato van de vierkante meters in de boekhouding gezet, in de veronderstelling dat dat normaal is. Bij een controle kan die post er in één keer uit vallen, met een correctie over meerdere jaren. Het loont om dit vooraf te laten toetsen in plaats van achteraf uit te leggen.

10. De auto en de kilometeradministratie

Bij de auto valt de keuze uiteen in twee situaties, en die verschillen sterk.

Wil je zien wat het bij jouw cijfers scheelt: in de rekenhulp Auto zakelijk of privé zet je privé houden, zakelijk kopen, financial lease en operational lease naast elkaar met de regels van 2026.

De auto blijft privé

Rijd je zakelijk in je eigen auto, dan mag je in 2026 voor de zakelijke ritten 0,25 euro per kilometer van je winst aftrekken. In 2025 was dat 0,23 euro. In dat bedrag zit alles verwerkt: brandstof, verzekering, tol en parkeren mag je er niet apart naast aftrekken. Let op dat woon-werkverkeer voor de inkomstenbelasting onder de zakelijke kilometers valt. Dat scheelt bij veel ondernemers meer dan de klantbezoeken zelf.

De auto staat op de zaak

Staat de auto op de balans, dan tel je voor het privégebruik een bedrag bij je winst op. Dat bedrag is een percentage van de cataloguswaarde en het hangt af van de CO2-uitstoot. Voor auto’s die in 2026 voor het eerst zijn toegelaten zijn er twee percentages: 18 procent bij een uitstoot van 0 en 22 procent bij een uitstoot van meer dan 0.

Dat lage percentage werkt niet bij elke auto zonder uitstoot hetzelfde. Volledig onder de 18 procent vallen auto’s op waterstof en auto’s die volledig worden aangedreven door geïntegreerde zonnecellen. Die zonnecellen moeten dan wel een vermogen hebben van ten minste 1 kilowattpiek, en de accu mag geen lood bevatten. Bij andere auto’s zonder uitstoot geldt de 18 procent tot en met een cataloguswaarde van 30.000 euro. Over het deel daarboven tel je 22 procent bij.

Valt je auto onder dat verlaagde percentage, dan houd je het 60 maanden. Die periode begint op de eerste dag van de maand na de maand van eerste toelating. Daarna wordt je percentage opnieuw vastgesteld volgens de regels die op dat moment gelden. Is je auto ouder, dan zegt de tabel van 2026 dus niet meteen wat voor jou geldt, en kijken we naar je eerste toelating en naar die 60 maanden. Voor auto’s ouder dan 16 jaar geldt sinds 2026 een bijtelling van 35 procent van de waarde in het economisch verkeer. Tot en met 2025 gold dat al vanaf 15 jaar. Welk percentage bij jouw auto hoort, is een van de dingen die we vooraf voor je nakijken.

Twee dingen die veel schelen. De bijtelling bedraagt ten hoogste het bedrag dat je daadwerkelijk aan autokosten hebt, inclusief afschrijving. En rijd je op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé, dan hoef je niets bij te tellen, mits je dat kunt aantonen. Een sluitende rittenregistratie is daarvoor de gebruikelijke weg, en bij een systeem met het Keurmerk RitRegistratieSystemen gaat de Belastingdienst ervan uit dat je rittenregistratie sluitend is.

Waar het misgaat

De rittenregistratie wordt in maart begonnen en in mei losgelaten. Een registratie over een deel van het jaar is voor deze regeling meestal niet bruikbaar, omdat je juist over het hele jaar moet kunnen aantonen dat je onder de 500 kilometer bleef. En de keuze tussen privé houden en op de zaak zetten wordt gemaakt bij de aankoop, op gevoel, terwijl dat een van de weinige momenten is waarop je hem met een rekensom kunt onderbouwen.

11. De kleineondernemersregeling, een keuze en geen cadeau

De kleineondernemersregeling, de KOR, is een btw-vrijstelling voor ondernemers met een omzet van maximaal 20.000 euro per kalenderjaar. Doe je mee, dan bereken je geen btw aan je klanten en draag je geen btw af. De keerzijde staat er direct naast: je trekt de btw over je zakelijke kosten en investeringen ook niet meer af.

Daarom is dit een rekensom en geen vanzelfsprekendheid. Lever je vooral aan particulieren, dan pakt de KOR vaak gunstig uit, want je prijs kan omlaag of je marge omhoog. Lever je vooral aan andere ondernemers die de btw toch terugvragen, dan levert het je klanten niets op en verlies je zelf de aftrek. Sta je aan de vooravond van een grote investering, dan is meedoen vaak juist ongunstig.

Let ook op de uitstap. Kom je in een kalenderjaar boven de 20.000 euro uit, dan mag je de KOR niet meer gebruiken en moet je dat doorgeven aan de Belastingdienst. Een vrijwillige afmelding kan alleen ingaan op de eerste dag van je aangiftetijdvak, en je doet die afmelding uiterlijk vier weken voordat je wilt dat hij ingaat. Na de afmelding kun je niet direct terug: het gaat om de rest van het kalenderjaar waarin je bent afgemeld en het jaar daarop.

Voor de allerkleinste omzetten bestaat daarnaast de registratiedrempel. Blijf je op maximaal 2.200 euro per kalenderjaar en hoef je je niet bij de KVK in te schrijven, dan hoef je je niet als btw-ondernemer te registreren. Heb je je al wel als btw-ondernemer aangemeld, bijvoorbeeld om eerder btw terug te vragen, dan kun je de registratiedrempel niet gebruiken. Ook hier geldt dat je geen btw op je kosten terugkrijgt.


Wat hiervan bij jou speelt, hangt van je situatie af

Dit is een overzicht, geen advies. Welke van deze posten bij jou meetellen, hangt af van je rechtsvorm, je uren, je inkomen naast de onderneming en de keuzes die in eerdere jaren al zijn gemaakt. Een regeling die bij de een honderden euro’s scheelt, is bij de ander niet van toepassing.

Wat wij doen is dit: bij het opstellen van je aangifte lopen wij deze posten met je gegevens na, en waar we een keuze zien leggen we die aan je voor met de rekensom erbij. Zijn je stukken op tijd en compleet aangeleverd, dan doen we dat voordat de aangifte de deur uit gaat en niet erna. En we schrijven erbij waarom een post wel of niet is toegepast, want daar heb je volgend jaar meer aan dan aan het bedrag alleen.

Wil je weten wat er in jouw geval speelt, plan dan een kennismaking van een half uur. Die is kosteloos en vrijblijvend, en je zit daarna nergens aan vast. Wat het kost als je verder wilt, staat gewoon op de tarievenpagina, en wat we precies doen lees je bij de diensten.

Waar deze cijfers vandaan komen

Alle bedragen, percentages en voorwaarden op deze pagina zijn overgenomen van belastingdienst.nl en gelden voor het belastingjaar 2026. Geraadpleegd op 12 augustus 2026 en opnieuw nagelopen op 25 augustus 2026: de pagina’s over het urencriterium, de zelfstandigenaftrek 2026, het verrekenen van niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, de mkb-winstvrijstelling 2026, de algemene pagina over de mkb-winstvrijstelling, de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2026 en de algemene KIA-pagina, willekeurige afschrijving voor startende ondernemers, de algemene pagina over willekeurige afschrijving, de meewerkaftrek, hoofdstuk 7 en hoofdstuk 8 van Fiscale Informatie 2026, werkruimte in de woning, zakelijk gebruik privévervoermiddel 2026, gebruik privévervoermiddel, bijtelling privégebruik auto 2026, privégebruik auto, de voorwaarden voor de KOR, het afmelden voor de KOR en de registratiedrempel voor kleine ondernemers. Fiscale regels en bedragen wijzigen per jaar. Kom je deze pagina in een later jaar tegen, ga dan uit van de dan geldende cijfers.